De Antonius Abt kerk in Scheveningen is uitgeroepen tot de mooiste kerk van Nederland. De sobere doopsgezinde vermaningen speelden in deze verkiezing nauwelijks een rol. Hoe belangrijk is een kerkgebouw eigenlijk voor doopsgezinden? Henk Leegte en Geert Brüsewitz van het Dopers tiental laten hun gedachten hierover gaan.
Wie dagblad Trouw leest, is het vast niet ontgaan: afgelopen zomer konden de lezers hun favoriete kerk nomineren. Een deskundige jury maakte begin september de winnaar van de kerkenverkiezing bekend: de Antonius Abt, met het grootste mozaïek in Nederland. In totaal werden bijna 360 kerken voorgedragen, waaronder acht vermaningen.

Uit de lezersinzendingen, maar ook uit het juryrapport bleek dat ‘de mooiste’ zeker niet alleen te maken heeft met esthetiek of bouwstijl, maar ook met bijvoorbeeld de lichtinval. Of met de samenhang tussen architectuur en inrichting. Of met de manier waarop een kerk mensen de kans biedt boven het alledaagse uit te stijgen en de liturgie te beleven. Hoe zwaar tellen al dat soort zaken voor doopsgezinden? Hoe belangrijk zijn kerkgebouwen volgens het Dopers tiental? Huis van samenkomst “Kerkgebouwen zijn belangrijk en onbelangrijk tegelijk” vindt Henk Leegte, predikant van Doopsgezind Amsterdam en voorzitter van de Doopsgezinde Historische Kring. “Een kerk is belangrijk als huis van samenkomst van de gemeente. Je komt er op zondag en doordeweeks, bij trouwen en bij doop, op de kruispunten van het bestaan. Dus het gebouw wordt belangrijk omdat je er belangrijke dingen hebt beleefd met elkaar. Maar tegelijkertijd is een kerkgebouw ook onbelangrijk. Je gaat niet – zoals bij de rooms-katholieken – naar de kerk om in een heilige ruimte dichtbij Onze-Lieve-Heer te zijn. Dat ben je sowieso al wel. Je gaat naar de vermaning om jezelf op de weg te houden waar je op bent gaan lopen, om spoor te houden. Daar komt het woord ‘vermaning’ vandaan, het heeft niet zozeer te maken met het opgeheven terechtwijzende vingertje, wat je vaak hoort.”
Leegte kan eeuwenoude kerken wel waarderen. “Een oud gebouw helpt om me te realiseren dat het allemaal niet met mij begonnen is, maar dat ik onderdeel ben van iets dat er al veel langer is. Het besef dat mensen in de zestiende en zeventiende eeuw al geprobeerd hebben om taal en klank te vinden voor dezelfde dingen als wij nu.”
Ook Geert Brüsewitz, emeritus-predikant, vindt dat doorgaande element van een kerkgebouw belangrijk. Hij herkent zich wel in de woorden uit lied 280: ‘dit huis waar nog de wolk gebeden hangt / van wie zijn voorgegaan’. Hij licht toe: “In oude kerken ervaar je al snel: dit is een plek van eeuwen en eeuwen; het is mooi als geschiedenis zo voelbaar wordt. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om het gebouw, maar om de verhalen daarachter. Ik denk aan de vermaning van Winterswijk met z’n hele hoge plafond. Helemaal boven in de nok is een oude schildering te zien van de zon die over de gemeente uitstraalt, de ‘Sonne der gerechtigheid’ uit Maleachi 4. Ik herinner me een oude broeder, die er altijd voor zorgde dat de avondmaalstafel recht onder die schildering stond, met de oude statenbijbel opengeslagen bij precies dat vers. Zodat beneden en boven als het ware met elkaar correspondeerden. Dat vonden de mensen prachtig!”

Deuren open
Brüsewitz vindt het jammer dat vermaningen vaak zo onzichtbaar voor voorbijgangers zijn en op slot zitten. “Doopsgezinden zouden de deuren veel meer moeten opengooien. We moeten zorgen dat de kerk haar functie als plek waar je altijd naartoe kunt blijft vervullen. Ik vind het heel belangrijk dat een kerk toegankelijk is voor mensen in de stad. Die zijn vaak op zoek naar een plek waar je even kunt zitten om stil te zijn of waar je een kaarsje kunt aansteken. Kijk maar naar het succes van Spoor van licht in de Groningse Martinikerk, waar mensen een keer in de maand op koopavond een kaars kunnen aansteken.”
Maakt het voor een predikant verschil om voor te gaan in een sfeervolle oude kerk of in – bij wijze van spreken – een aula of gymzaal? Henk Leegte vindt van wel. “De stap van het profane naar het sacrale zetten is in een gymzaal toch moeilijker dan als je samenkomt in de schoonheid van een oude kerk. Hoewel… in een zaaltje van grote lelijkheid beleefde ik de allermooiste avondmaalsviering die ik ooit heb meegemaakt. We lazen over Jezus die tegen Zacheüs zegt: ‘Vandaag moet ik bij jou eten, ik wil bij jou aan tafel zitten’. Hoe wij daar vervolgens allemaal van hetzelfde brood aten en deelden… Er waren mensen met tranen in hun ogen. Iedereen fleurde ervan op. En waar beleefden wij dat? Onder zo’n lelijk systeemplafond met van die grote tl-bakken.”
Met dank aan Hanna Melse, coördinator van het Erfgoedcentrum van de ADS en jurylid bij de verkiezing van ‘de mooiste kerk van Nederland’
Tekst: Marleen Kieft
Beeld Antonius Abtkerk: www.kerkfotografie.nl/Vermaning Winterswijk: Museum Catharijneconvent

.