Geweldloze communicatie
Wat is polarisatie en hoe gaan we ermee om in kerk en samenleving? In deze serie onderzoekt Iris Speckmann hoe het is om in deze tijd van polarisatie lid van een vredeskerk te zijn. In deze aflevering bekijkt ze wat de methode van geweldloze communicatie kan bieden in conflictsituaties.
Methode en beperkingen
Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 ontstond er een controverse in de gemeente waar ik predikant was. In protest tegen de partij die in aanloop naar die verkiezingen het onterende begrip ‘kopvoddentaks’ had geïntroduceerd, waren een aantal gemeenteleden en ik met een hoofddoek op naar de stembus gegaan. Daarmee hadden we, uitzonderlijk genoeg, het nieuws gehaald. In de bredere kring van de gemeente waren mensen daar echter boos over. Met onze actie zouden we volgens hen alleen maar meer tegenstand en vijandschap hebben opgeroepen. Een doopsgezind optreden in de samenleving zou juist gericht moeten zijn op verbinding: niet provocerend protesteren, maar constructief en uitnodigend zijn naar álle mensen in onze stad. De verhitte discussie leidde diezelfde avond tot een constructief plan. De doopsgezinde gemeente Almere zou zichzelf laten trainen in verbindende communicatie en vervolgens cursussen aanbieden aan stadsgenoten. Dat programma bestaat tot op de dag van vandaag.
In deze aflevering vat ik samen wat mij het meest is bijgebleven van die training. De methode leunt onder meer op soortgelijke trainingen van de Quakers en op het gedachtegoed van de Amerikaanse psycholoog Marshall Rosenberg. Wat zijn de onderliggende waarden en overtuigingen? Wat zijn de belangrijkste kenmerken? En vooral: wat zijn in de weerbarstige praktijk de grenzen van wat geweldloze communicatie vermag, zeker nu polarisatie steeds verder om zich heen grijpt?
Mededogen als uitgangspunt
De term ‘geweldloze communicatie’ roept vaak weerstand op. Het problematiseert bovendien onze gangbare manier van communiceren. Mensen zullen niet snel erkennen dat hun manier van communiceren voor verbetering vatbaar is, laat staan dat die minder ‘gewelddadig’ zou kunnen. Het probleem ligt, zo denken we al snel, vooral bij de ander. Die houdt er vreemde gedachten op na, gedraagt zich lastig of veroorzaakt problemen.
zonder mededogen geen geweldloze communicatie
Maar als je problemen met ‘de ander’ wilt oplossen, zul je hem of haar toch moeten zien te bereiken en zo goed mogelijk moeten communiceren. Hoewel ‘mededogen’ een beetje zweverige zachte bijklank heeft, zou die term misschien beter passen op de manier van communiceren die men in de methode van geweldloos communiceren voor ogen heeft. Het gaat erom mededogen te hebben, zowel voor de ander als voor jezelf. Communiceren vanuit respect – misschien zelfs eerbied – voor de behoeften, gevoelens, kracht én beperkingen van ieder mens. Zonder mededogen voelt geweldloze communicatie al snel als een ‘trucje’ om je inhoudelijke punt over te brengen of een ander te manipuleren. Mededogen vraagt dat je zicht hebt op je eigen gevoelens en behoeften en bereid bent daar zorgvuldig mee om te gaan en tegelijkertijd nieuwsgierig bent naar de gevoelens en behoeften van de ander. In ingewikkelde relaties is geweldloze communicatie een kwestie van vallen en opstaan. De technieken van de training vergroten de kans dat je de ander kunt bereiken, maar soms leidt dat nog niet tot die resultaten waarop je hoopt. Mededogen met jezelf helpt dan om niet in angst of wrok te blijven steken en veerkrachtig te blijven.
Basistechniek: broodje feedback (een beetje anders)
Een belangrijk onderdeel van de methode geweldloos communiceren die we vanuit de doopsgezinde gemeente gaven, is het zogenoemde ‘broodje feedback’. Het begrip is bij veel mensen bekend: kritiek wordt verpakt in een omhulsel van complimenten. De ander hoort de complimenten aan, maar weet ondertussen al dat er kritiek, een ‘pittige boodschap’ aankomt. Daardoor heeft het broodje feedback een slechte reputatie gekregen.
Bij de basiscursus oefenen we er ook mee, maar dan met een wezenlijk verschil. Bij het brengen van de boodschap houdt de spreker het dicht bij zichzelf, door middel van een zogenoemde ‘ik-boodschap’. Daarbij maken we onderscheid tussen wat feitelijk en zintuiglijk is waargenomen en wat die waarneming met je doet.
Bijvoorbeeld wanneer je een buurman of buurvrouw aanspreekt op geluidsoverlast:
“Gisteravond stond de radio of tv bij jou heel hard. Ik kon vanuit mijn slaapkamer goed horen wat er werd gezegd.”
Daarna vertel je wat dit met jou deed:
“Ik merkte dat ik overprikkeld raakte. Ik moet de volgende dag vroeg werken en heb ’s avonds behoefte aan rust. Ik ben bang dat ik minder goed functioneer als ik slecht slaap.”
Vervolgens doe je een concreet en uitvoerbaar verzoek:
“Zou je de radio na 22.00 uur zacht willen zetten of een koptelefoon willen gebruiken?”
Daarna kan worden onderhandeld en een afspraak worden gemaakt. Ook als het resultaat niet helemaal bevredigend is, probeer je het mededogen voor de ander vast te houden en het gesprek positief af te ronden. Zo blijft er ruimte om de relatie en verbinding te versterken, ook in de toekomst.
Open over behoeften: kwetsbaar en krachtig
Juist de ik-boodschap maakt geweldloze communicatie krachtig en kansrijk. Tegelijkertijd is dit misschien wel het spannendste onderdeel. Want duidelijk zijn en inzicht geven in je gevoelens en behoeften voelt kwetsbaar. Maar eerlijkheid en openheid over je behoeften en gevoelens werken vaak ontwapenend. Door weg te blijven van oordelen, verklaringen en verwijten kan ruimte ontstaan voor een gesprek waarin behoeften en belangen tegen elkaar worden afgewogen en een werkbaar compromis wordt gezocht. Nog voordat je een ander aanspreekt, is het daarom vruchtbaar om stil te staan bij de behoefte die bij jou op het spel staat. Niet iedereen heeft geleerd op die manier naar zichzelf te kijken. Toch zijn het vaak juist de onderliggende behoeften die een conflict of ergernis verklaren. Even tot tien tellen en nagaan wat je werkelijk nodig hebt of belangrijk vindt, vergroot de kans dat je een gericht verzoek aan de ander kunt doen — of op een goede manier voor jezelf kunt zorgen. Wie behoefte heeft aan rust, kan die rust immers op meer dan één manier vinden. De oplossing hoeft niet altijd afhankelijk te zijn van een ander.
Gelassenheit is de bereidheid om te aanvaarden, te verdragen en te vergeven
Doopsgezind en geweldloos communiceren
Ik heb gemerkt dat verschillende doopsgezinde gemeenten nieuwsgierig zijn naar de methode van geweldloze communicatie. Het is een manier om vorm te geven aan het vaak abstracte ideaal van vrede. De methode biedt houvast in netelige situaties en conflicten. Het uitgangspunt van mededogen sluit aan bij kernwaarden van de doopsgezinde traditie. Het accepteren dat je niet altijd gelijk krijgt, is voor doopsgezinden doorgaans erg belangrijk. Bij ‘mededogen’ denken we vanuit de doperse traditie al snel aan bijbelse noties van naastenliefde en vijandsliefde. Of aan Gelassenheit: de bereidheid om te aanvaarden, te verdragen en te vergeven. In die zin kan geweldloze communicatie worden gezien als een praktische uitwerking van een diep geloof dat zelfs de grootste bullebak zich kan bekeren, dat liefde veel vermag en dat vergeving geen grenzen kent.
Beperkingen van geweldloze communicatie
Geweldloze communicatie wil uitnodigen tot samenspel. En inderdaad heb ik weleens gemerkt dat je via ‘broodje feedback’ de ander kunt bereiken op soms verrassende manieren. Maar mensen die er ervaringen mee hebben weten ook dat de methode van communiceren zijn grenzen en beperkingen heeft. In een gepolariseerde strijd zijn de gemoederen meestal snel zo hoog opgelopen dat het niet meer lukt om elkaar via praten te bereiken. De techniek van het broodje feedback helpt niet in situaties waarin een conflict de trekken heeft van een fel gepolariseerde partijenstrijd (wij versus zij). Mensen kunnen of willen dan niet meer horen wat er wordt gezegd en gaan alleen nog voor de eigen winst en het eigen gelijk. In een dergelijke situatie kun je praten als Brugman, maar woorden bereiken de ander niet meer. Mededogen blijft voor doopsgezinden een wezenlijke waarde en onmisbaar als je op langere termijn met de ander de verbinding wilt hervinden. Maar sommigen situaties vergen andere vormen van handelen: om grenzen te stellen, weerstand en bescherming te bieden. Hierover meer in de volgende aflevering.
Tekst: Iris Speckmann
Beeld BP Miller