Polarisatie. Wat het is – en wat het niet is
Inleiding
Polarisatie is een modewoord geworden. Het duikt op in krantenkoppen, in talkshows, en steeds vaker ook in kerkelijke gesprekken. In doopsgezinde kringen houden we onszelf graag voor dat polarisatie zich vooral buiten onze kring afspeelt. Wij zijn een vredeskerk, wij lossen problemen vreedzaam op – hopen we.
Helaas, ook in de vredeskerk zijn er spanningen, meningsverschillen en botsende belangen. Hoewel er mensen zijn die daar soepel mee omgaan, worstelen we ermee. Gaan onderwerpen soms uit de weg. We gaan op eieren lopen, of ‘vlieger er hard in’. Het onderlinge contact verliest diepgang. Jammer, want wat is een vredeskerk zonder diepgang?
In deze tijd zoek ik antwoord op de vraag hoe het is om in de weerbarstige praktijk lid van een vredeskerk te zijn. Waar komen we polarisatie tegen in de (vredes)kerk, en waaraan herken je het? Wat hebben verschillende bestaande methoden voor conflicthantering ons te bieden? Hoe kun je je het beste opstellen als een conflict oplaait? Wat voor soort leiderschap is er dan nodig? Is confrontatie altijd uit den boze, of zijn er momenten dat je helder op moet komen voor wat belangrijk is? Hoe kijken de bijbelse theologie en de doopsgezinde traditie aan tegen conflict?
Een oud verschijnsel
Hoewel het woord modern klinkt, is het verschijnsel polarisatie oud. Twee meningen naast elkaar vormen al een begin van polarisatie. Het verschil tussen die meningen nodigt uit tot vergelijking en tot positie bepalen. Dat is op zichzelf niet problematisch. Integendeel, zo kun je je eigen mening scherpen aan die van een ander. “Verander vastberaden van mening” adviseert een straatposter van Loesje ons. Gelijk heeft ze. Wie van mening durft te veranderen is geen draaikont, maar is in staat flexibel te denken. En flexibel denken kan tegen een stootje. Wie flexibel denkt, kan geestelijk groeien. Polarisatie wordt problematisch als relaties zo onder druk komen te staan, dat je niet meer nader tot elkaar kunt komen.
Van meningsverschil naar bittere strijd – de escalatiepiramide
Naarmate de strijd om een kwestie escaleert, neemt de bereidheid om tot oplossingen te komen af. Sociologen wijzen erop dat polarisatie meer is dan een kwestie van inhoud. Naarmate een conflict van meningen of belangen escaleert, ontstaat er een dynamiek van vijandigheid over en weer. Speed B. Leas beschrijft escalatie van conflicten als een ontwikkeling in verschillende fasen. Zijn piramide-model is vaak gedeeld, omdat het helpt om de dynamiek van polarisatie beter te begrijpen.

1e fase: probleem
In het begin is er simpelweg een kwestie. Iets waarover mensen van mening verschillen. In deze eerste fase is er een probleem, maar is er ruimte voor gesprek. Mensen luisteren, wisselen argumenten uit, proberen te begrijpen wat er speelt. Er is nieuwsgierigheid en wellicht de bereidheid om samen naar een oplossing te zoeken.
2e fase: onenigheid
Wanneer blijkt dat de verschillen dieper liggen, neemt de spanning toe. In de onenigheid worden standpunten steviger ingenomen, belangen scherper gevoeld. Toch is er ook hier nog beweging mogelijk. Compromissen worden verkend, er is geven en nemen. Mensen zoeken steun bij anderen, vragen advies. In de interactie sluipt er ondertussen iets nieuws binnen: voorzichtigheid. Woorden worden gewogen, intenties van de ander worden geïnterpreteerd – en soms verkeerd begrepen.
3e fase: strijd
In een volgende fase verandert de toon. Het conflict wordt een strijd. Het doel verschuift. De partijen richten hun energie nu op het gelijk krijgen, meer dan op het vinden van een gezamenlijke oplossing. De ander wordt niet meer gezien als gesprekspartner, maar als tegenpartij. Er ontstaat een wij-zij-denken. De partijen verzamelen medestanders om zich heen. Incidenten stapelen zich op en worden bewijsvoering dat de ander niet deugt of te vertrouwen is. Partijen willen winnen, ten koste van de ander.
4e fase: kruistocht
Daarna kan het nog verder verharden. De strijd krijgt een ideologisch karakter. De ander wordt geportretteerd als een bedreiging voor wat betamelijk en goed is. De ander is ‘een bedreiging voor de financiële gezondheid van de organisatie’, of is ‘asociaal en leeft er maar op los’. In de fase van de kruistocht valt het rechtstreekse gesprek tussen de strijdende partijen stil. Men spreekt slechts de omstanders aan. Zij (soms ‘het stille midden’ genoemd) worden onder druk gezet om partij te kiezen.
5e fase: oorlog
In de uiterste fase, de fase van oorlog, blijft er weinig over van het oorspronkelijke probleem. Er is alleen nog de wil om te winnen. Die winst is grote offers waard. Of het nu gaat om de belangen van de bredere gemeenschap, de eigen gezondheid of wat dan ook – als de ander maar het onderspit delft. Waar het conflict ooit om begonnen was, is eigenlijk allang niet meer duidelijk. Het conflict ontaardt in razernij. De ander moet koste wat kost kapot. Het is vijandschap zonder begin of eind.
Vanaf de fase van ‘strijd’: conflict raakt los van het concrete
Volgens sommigen begint de eigenlijke polarisatie pas wanneer het wij-zij-denken ontstaat. Dat is in het model van Speed Leas de fase van ‘strijd’. Het is de fase waarin meer en meer mensen betrokken raken bij het conflict. Bart Brandsma, die in Nederland de bekendste denker is op het gebied van polarisatie, gaat zelfs zo ver dat hij een onderscheid aanbrengt tussen conflict en polarisatie. Bij een conflict kun je volgens hem nog makkelijk de hoofdrolspelers en de directe aanleiding aanwijzen, en bij polarisatie niet (meer). Bij conflicten kun je nog proberen te bemiddelen, bij polarisatie is de situatie daarvoor te ongrijpbaar geworden. Brandsma beschouwt het wij-zij-denken als hét kenmerk van polarisatie.
Of het denken in conflict en polarisatie in de praktijk van een (doopsgezinde) gemeenschap zo scherp van elkaar onderscheiden kan worden, betwijfel ik. Een tegenstelling in een gemeenschap is al een vorm van polarisatie, een uiteengaan van (minstens) twee polen. Vervolgens kan het conflict tussen twee polen escaleren tot een ongrijpbare dynamiek van wij-zij-denken, zoals Brandsma stelt. Maar in de geleefde ervaring van een gemeenschap zijn ‘conflict’ en ‘polarisatie’ niet zo duidelijk van elkaar te onderscheiden. De escalatie kan zo razendsnel gaan dat een theoretisch onderscheid tussen conflict en polarisatie (Brandsma) of ‘fases’ (Speed Leas) moeilijk te maken valt.
Hoe dan ook, vanaf de fase waarin een wij-zij-denken zich duidelijk aftekent – de fase van ‘strijd’ bij Leas – is het buitengewoon moeilijk ‘er samen uit te komen’. Het is onduidelijk geworden wie de hoofdrolspelers zijn en wat de ‘angel’ (aanleiding, oorsprong of kwestie) nu precies is (geweest). De vraag is dan waar te beginnen. En of de betrokkenen in staat en bereid zijn de gemoederen te laten bedaren.
Volgende keer schrijf ik over hoe de Doopsgezinde Gemeente Almere aan de slag ging met geweldloos communiceren, toen polarisatie opkwam in de stad – en in de gemeente. In hoeverre biedt geweldloze communicatie soelaas? Waar liggen de beperkingen?
Bronnen/meer lezen:
Tekst: Iris Speckmann
Beeld: BP Miller